Dat mijn moeder en mijn tante mijn boek mooi vinden, is natuurlijk fantastisch, maar ik word extra blij wanneer  specialisten ouderengeneeskunde in het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde schrijven dat mijn boek ‘zeker de moeite waard‘ is om te lezen. Volgens hen is dat vanwege ‘het inzicht van de schrijfster ten aanzien van het werk van vrijwilligers en professionals in het hospice en in het bijzonder van het werk van de ouderengeneeskunde’ en door ‘de waardevolle theoretische achtergrondinformatie over palliatieve zorg’.

Ik wist al dat mijn boek goed is ontvangen door recensenten van kranten en tijdschriften, familieleden van ongeneeslijk zieken, naasten die onlangs een dierbare hebben verloren, hospicemedewerkers en lezers die gewoon zijn geïnteresseerd in de laatste levensfase of de hospicezorg, maar van de kant van de artsen (afgezien van mijn specialistische meelezers) had ik nog niet veel gehoord. Dat zelfs zij wat van De meeste mensen gaan hier dood opsteken, is met name te danken aan de goede palliatieve zorg die in Cadenza wordt geboden en die ik heb mogen beschrijven.

VK OPINIE Er moet veel meer aandacht komen voor de andere manieren om een ‘goede dood’ te sterven dan door euthanasie. Dat betogen Rob Bruntink en Katja Meertens.

U leest ‘Een goede dood’ en denkt aan euthanasie? U wilt bij een terminale ziekte niet uitzichtloos lijden en bent blij dat we in Nederland euthanasie ‘gelegaliseerd’ hebben? U heeft uw euthanasieverklaring al ingevuld en verwacht dat de arts u ‘helpt’ als het zover is? Dan is de missie van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) geslaagd. De vereniging doet in al haar uitingen voorkomen dat een goede dood automatisch euthanasie inhoudt. Dat er nog veel andere manieren zijn om zonder (veel) lijden te sterven, daarover rept de NVVE niet. Dat riekt naar euthanasie-indoctrinatie.

We worden in de media doodgegooid met euthanasie. Afgelopen maand was het helemaal raak. De NVVE roept een ‘Week van de Euthanasie’ uit, en prompt haken daar allerlei actualiteitenrubrieken en debatprogramma’s op in. Er worden documentaires uitgezonden, er is een filmfestival ‘The End’ (met als hoofdfilm De Goede Dood, jawel: over euthanasie) en in de kranten wordt flink gedebatteerd over zin en onzin van een ‘levenseindekliniek’ die dit voorjaar wordt geopend. Daarnaast was er nog de discussie over de euthanasie van een demente vrouw, die werd goedgekeurd door een Regionale Toetsingscommissie Euthanasie, maar waarbij – door een reconstructie in de NRC – toch vragen over de zorgvuldigheid opkwamen.

Alternatieven
Over de wenselijkheid (levenseindekliniek) of zorgvuldigheid (demente vrouw) kan worden gediscussieerd, maar de boodschap in alle media-uitingen is: euthanasie is een oplossing voor uitzichtloos lijden. Alternatieven voor ‘een goede dood’ worden niet genoemd.
De NVVE heeft de media goed in haar zak. De vereniging heeft, met dank aan haar ruim 130.000 leden, genoeg budget om de pr-machine flink te laten draaien. Het is raar dat er nauwelijks een tegengeluid klinkt. De ongenuanceerdheid in de NVVE-boodschap is in feite makkelijk door te prikken, want die spat ervan af. Neem nou zo’n ‘levenseindekliniek’, die alleen in de naam al eenzijdigheid aangeeft.

Er is daar maar één vorm van levenseinde mogelijk, namelijk euthanasie. Andere vormen zijn niet aan de orde, zoals natuurlijk sterven, met hulp van pijnstillende medicatie, of – als die niet meer werkt – in een palliatieve sedatie waarbij de patiënt met medicijnen buiten bewustzijn wordt gebracht, daardoor zijn klachten niet meer merkt en zo een natuurlijke dood kan sterven.

Ander voorbeeld: de NVVE twittert onder de naam ‘Waardig Sterven’. Net als bij ‘de goede dood’ wordt ‘waardig sterven’ bijna exclusief gekoppeld aan euthanasie. Waarom komt zo’n vereniging daarmee weg? Het is toch onzin dat waardig sterven alleen is voorbehouden aan degenen die voor euthanasie kiezen?

2 procent 
Het ligt voor de hand dat er veel over euthanasie wordt gezegd, het is immers een buitengewone medische handeling. Toch is het ook vreemd dat er zoveel aandacht is voor iets dat zo weinig voorkomt. In 2010 werd 3.136 keer melding gedaan van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding. Dat is slechts 2 procent van alle sterfgevallen in Nederland.

Als er één groep te benoemen valt die een ander geluid zou kunnen laten horen, is dat wel de ‘palliatieve beweging’: organisaties, instellingen en individuen die palliatieve zorg verlenen, de zorg voor mensen met een levensbedreigende/ongeneeslijke ziekte. Zij schitteren echter door afwezigheid in het debat. Waarom? Misschien zijn ze te druk met zorgen of zijn ze te aardig of te genuanceerd. Of misschien vinden de ‘progressieve’ media hun geluid niet interessant genoeg. Euthanasie is sexier dan zorg, laten we wel wezen.

Maar hierdoor wordt de gehele laatste levensfase – die vaak maanden duurt, en waarin allerlei lichamelijke, emotionele, sociale en spirituele kwesties aan de orde zijn – in het debat verengd tot een medische handeling die slechts het sluitstuk is van een paar procent van de sterfbedden. Waar is de aandacht voor die andere 98 procent? Voor de mensen die níet overlijden door buitengewoon medisch ingrijpen, met de dood als doel? Als we de acute sterfgevallen even terzijde schuiven, gaat het om zo’n 70.000 mensen per jaar. Mensen die aan de gevolgen van een ziekte overlijden en die het leven tot het einde toe willen dragen, met behulp van artsen, verpleegkundigen, naasten en gespecialiseerde vrijwilligers die goede zorg verlenen. Die zorg bestaat niet uit het doodmaken, maar uit het met zorg begeleiden van mensen naar een zo goed mogelijke, niet versnelde en evenmin vertraagde dood.

Het permanent belichten van slechts één kant van de dood leidt tot veel onduidelijkheid over de laatste levensfase. Eenderde van de Nederlanders denkt dat de huisarts verplicht is euthanasie toe te passen wanneer dit gewenst is, zo bleek uit NVVE-onderzoek, uitgevoerd door Maurice de Hond. Voor de goede orde: dit is niet het geval. Een arts is nog altijd strafbaar als hij euthanasie uitvoert, tenzij hij voldoet aan een flink aantal zorgvuldigheidseisen. Uit ander onderzoek blijkt dat tweederde van de huisartsen zich wel eens onder druk voelt gezet bij een verzoek om euthanasie en dat die druk van patiënten en familieleden de laatste jaren toeneemt. Kortom, de euthanasiedoctrine heeft zijn werk gedaan. Het leidt tot frustratie aan beide kanten: de patiënt vindt dat hij recht heeft op euthanasie, de dokter ziet andere mogelijkheden voor de weg naar de dood.

Dat euthanasie in uitzonderlijke gevallen een oplossing kan zijn voor ondraaglijk en uitzichtloos lijden, is evident. In alle overige gevallen zijn er andere mogelijkheden voor een ‘goede dood’. Het is de taak van de media, de NVVE én de palliatieve beweging die voor het voetlicht te brengen. En verder te kijken dan de euthanasie-neus lang is.

Rob Bruntink is schrijver van diverse boeken over palliatieve zorg en hoofdredacteur van het vakblad Pallium. Katja Meertens is journalist en schrijver van het boek ‘De meeste mensen gaan hier dood. Leven in een hospice.’

Dit opiniestuk is geschreven voor de Volkskrant en stond 7 maart in het opiniekatern.

Beste Roos,

Dank je wel voor je mooie woorden over mijn boek. Gezien jouw persoonlijke ervaring met sedatie – bij keizersneden meestal narcose genoemd – waarbij je heel erg benauwd was en dat niet kon aangeven, kan ik me voorstellen dat je bezorgd bent.

In het laatste hoofdstuk van mijn boek vertelt een dochter dat zij dacht dat haar vader tijdens zijn sedatie erg benauwd was, dat hij dat tegen haar wilde zeggen. De verpleegkundigen probeerden haar gerust te stellen door te zeggen dat hij echt niet benauwd was, en daardoor voelde zij zich niet gehoord. Uiteindelijk heeft haar vader iets tegen de benauwdheid gekregen. Deze dochter was dus ook bezorgd.

Zijn de zorgen terecht en is euthanasie menselijker? Daar kun je vermoedelijk een heel symposium van twee dagen over organiseren waarbij allerlei wetenschappers met cijfers en onderzoeken hun standpunt verdedigen.
Ik ben natuurlijk geen arts, dus ik ga uit van wat artsen tegen mij hebben gezegd. De meeste patiënten die zijn uitbehandeld en nog maar een paar maanden te leven hebben, krijgen pijnbestrijding. Dat is vaak morfine, dat ook benauwdheid tegen gaat. Er zijn ook andere medicijnen tegen benauwdheid, die worden ook gegeven in de laatste levensfase.

Wat ik heb gezien is dat artsen en verpleegkundigen de slapende patiënt goed in de gaten houden en letten op de ademhaling. Soms is familie ongerust, ook daar heb ik in mijn boek een voorbeeld van. Maar meestal liggen stervenden in sedatie heel rustig te slapen, zonder een spoor van benauwdheid.

Benauwdheid in sedatie zal ongetwijfeld voorkomen en is natuurlijk heel naar. Maar om daarom voor (meer) euthanasie te pleiten, gaat mij te ver. Ik zou zeggen: laten arts-onderzoekers hun energie stoppen in onderzoek naar palliatieve sedatie, zodat die zo goed mogelijk verloopt. En laten we de euthanasiewetgeving met rust laten. Het is in Nederland goed geregeld: we hebben palliatieve zorg om ondraaglijk lijden te voorkomen en in uitzonderlijke gevallen kunnen artsen, op verzoek van de patiënt, grijpen naar euthanasie.

Groetjes, Katja

Roos schreef: 

Beste Katja,
Ik ben erg getroffen door je boek. Heel goed geschreven; verhalen en statistische informatie zo verweven, dat het makkelijk leest; als een groot vervolgverhaal. Je boek geeft duidelijk weer hoe het in een hospice toe kan gaan. Fijn ook dat je de gevoelens van de medewerkers beschrijft!

Zelf ben ik dierenarts en heb regelmatig met euthanasie (van dieren) te maken. Soms gaat dat heel soepel, soms zijn de dieren moeilijk onder sedatie en narcose te brengen. Ik heb altijd gedacht “zouden de dieren bij wie het moeilijk gaat misschien gewoon nog niet aan hun dood toe zijn?” Wat fijn om te lezen dat een soortgelijke gedachte speelt bij mensen die in het hospice werken over degenen die wakker worden na sedatie.

Als ik de hartslag controleer na een snelle euthanasie en ik hoor eigenlijk niets meer, zeg ik ook regelmatig dat ik het hart nog heel zacht hoor kloppen. Wat later luister ik dan nog een keer en kan ik met overtuiging meedelen dat het niet meer klopt. Herkenbaar en fijn om te lezen dat de arts dit ook hanteert bij onzekerheid of de euthanasie echt wel zo snel goed is gegaan. Ze “voelt de pols nog heel flauw”, zegt ze, terwijl ze eigenlijk al niets meer voelt.

In verband met de palliatieve sedatie ben ik bezorgd. Het lijkt een goede manier om terminaal zieken ellendige symptomen te bespraren, maar………………… Zelf ben ik een keer gesedeerd geweest voor een keizersnede. Ik voelde precies wat de artsen deden, maar zonder pijn. Tot zover het positieve deel. Heel beangstigend was dat ik erg benauwd was, maar dat ik de benauwdheid door de sedatie niet kon uiten!!! Ik werd steeds benauwder en kon niets zeggen, me niet bewegen………………….. Kan je je de doodsangst voorstellen?

Heel goed dat er een onderzoek is naar het E.E.G. tijdens de sedatie. Dat kan veel informatie opleveren. Maar ik ben zo bang, dat de mensen die gesedeerd worden terwijl ze benauwd zijn, alleen maar benauwder worden en dat niet kunnen uiten. Op die manier sterven ze alsnog na een lijdensweg. Dan lijkt me euthanasie menselijker……………………..

Roos Schuurmans

Voor veel (schrijvende) journalisten is het uitbrengen van een boek de ultieme droom. Voor mij niet: ik had nooit de ambitie een boek te schrijven. Ten eerste omdat ik dacht dat ik dat nooit zou kunnen en ten tweede omdat ik nooit het idee had dat ‘een boek met mijn naam in de kast’ veel zou bijdragen aan mijn levensgeluk.

Maar toen het eenmaal zo ver was – en toen bleek dat ik het wél kon – vond ik het toch wel erg bijzonder. Ik denk met een brede glimlach terug aan de boekpresentatie, waarbij zoveel nabestaanden van de mensen die in mijn boek voorkomen, aanwezig waren. Dat vond ik zo speciaal en ontroerend. Hun aanwezigheid bij mijn boekpresentatie betekende voor mij een goedkeuring van wat ik over hun geliefde had geschreven. Zíj waren namelijk de eersten die het (deels) hadden mogen lezen.

De vele publiciteit die ik voor mijn boek kreeg, was eveneens hartverwarmend. De ene recensie was nog lovender dan de andere (behalve de Biblion recensie op Bol.com. Hoezo: ‘voegt niet zoveel toe aan wat er al was’?) en de radio-, tv- en kranteninterviews waren stuk voor stuk leuk om terug te horen, te zien en te lezen. Het was vooral grappig eens aan de andere kant van het verhaal te staan en om de vragen te beantwoorden die  ik zelf normaal aan mijn geïnterviewden stel.

Laat ik vooral niet de mooie, lieve en emotionele reacties vergeten die ik van lezers kreeg én krijg. Mailtjes waarin ze schrijven dat ze door mijn boek nu eindelijk snappen waarom hun geliefde in sedatie is overleden en dat ze het daardoor ‘een plekje’ kunnen geven. Vrijwilligers van hospices die in een mail zeggen dat het verschil tussen euthanasie en palliatieve sedatie  nu helder voor hen is en nabestaanden die hun vader of moeder door mijn boek weer even ‘horen’.

Ook heb ik veel plezier in de lezingen die ik mag geven over de hospicezorg. Ik sprak onder meer in een bibliotheek voor vrijwilligers van een hospice, waar een levendige discussie ontstond over euthanasie en palliatieve sedatie, in een boekwinkel voor geïnteresseerde kopers, waar ik even emotioneel werd bij de herinnering aan mevrouw Van Uuden die in het hospice stierf en in de Benedictushof in Egmond bij het symposium ‘Leef met de dood’ van de KRO. Voor volgend jaar staan weer wat lezingen in de planning.

Vorig jaar voorspelde een numeroloog mij: 2011 wordt jouw jaar! Hij heeft gelijk gekregen. Het wás een onvergetelijk jaar. Want ook al was het niet mijn ultieme droom, ik ben blij dat ik een boek heb geschreven.

Niet zozeer omdat mijn naam nu in de boekenkast staat, maar vooral om alle gebeurtenissen die mij daardoor (zijn) overkomen!

Een prachtig 2012 toegewenst!

Uit liefde

06/11/2011

Daar staat ze op het perron. Ze kijkt me recht in de ogen, alsof ze mijn gezicht nog goed in haar hoofd wil prenten. Vanuit de trein kijk ik terug, kus mijn handen en werp die haar toe. Zij doet hetzelfde. Dan zet de trein zich in beweging en scheiden onze wegen. Een laatste zwaai, een laatste luchtkus. Dag Yvonne.

We hebben een intensieve dag achter de rug, waarin zij me vertelt over de ontmoeting met haar man, de geboorte van haar drie kinderen, de fijne dag die ze onlangs had met haar dochter in de bruidswinkel en over de worsteling die ze heeft met haar jongste zoon, die het zo moeilijk heeft met de wetenschap dat zijn moeder snel zal sterven.

Via You Tube luisteren  we naar liefdes- en afscheidsliedjes die ze graag bij haar uitvaart wil laten horen en als ze ‘Mama’ van Celine Dion hoort, dat ze voor haar dochter heeft uitgekozen, kijkt ze me zo wanhopig aan dat ik niets anders kan doen dan haar hand vastpakken.

We kijken elkaar aan terwijl de tranen over onze wangen stromen. Wat een sterke vrouw, denk ik. Ze moet op haar 50ste al afscheid nemen van alles wat haar lief is, omdat die tumor in haar hoofd maar doorgroeit. Ik weet dat ze onbeschrijflijk bang is. Voor wat er komen gaat, voor pijn, voor het afscheid, voor controle verlies. Maar ze wil niet aan haar angst toegeven. In plaats daarvan geeft ze liefde. Liefde aan haar kinderen, haar man en – nu ik naast haar zit – aan mij.  Wat een voorrecht dat ik bij haar mag zijn, om haar verhaal op te tekenen dat ze voor haar kinderen en haar man wil achterlaten. Zodat ze haar nog kunnen ‘horen’, als ze er niet meer is.

Ze laat dan ook niets van haar angst merken als ze me aan het eind van de dag op haar scooter naar het station brengt. Ze gaat niet graag alleen de deur uit, want die onberekenbare sluipmoordenaar in haar hoofd kan elk moment toeslaan. Toch doet ze het. Uit liefde.

Recensie in Relevant nr. 3, 2011Wauw! Ik ben ontroerd door de prachtige recensie die Marijke Hilhorst over mijn boek in het tijdschrift Relevant schreef. Het is altijd fijn te horen als een lezer mijn boek indrukwekkend, leerzaam, indringend of ontroerend vindt, maar als dat in een tijdschrift zwart-op-wit staat, geeft dat toch iets extra’s. En al helemaal als dat tijdschrift gratis wordt uitgedeeld aan leden van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), de club waar ik meestentijds niets zo’n fan van ben.

Dat komt vooral omdat ik vind dat de NVVE debet is aan het eenzijdige euthanasiedebat. De vereniging verdient alle credits doordat ze ervoor heeft gezorgd dat euthanasie is gelegaliseerd, maar ze slaat erin door door voortdurend te doen alsof euthanasie de enige oplossing is voor uitzichtloos lijden. Terwijl er – zeker bij ongeneeslijk zieken – ook andere methoden zijn die het lijden verlichten.

Recensente Marijke Hilhorst (van haar ben ik wél fan!)  heeft dat gelukkig uit mijn boek gehaald. Hopelijk gaan de NVVE-leden het massaal lezen!

Wil jij een bijdrage leveren aan ons symposium over sociale media in de palliatieve zorg, vroeg de Stichting Agora, ondersteuningspunt palliatieve zorg mij onlangs. Bijvoorbeeld in de vorm van een lezing waarin ik vertel hoe ik via de sociale media (twitter, facebook, linkedIn) mijn boek promoot.

Dat lijkt me wel wat. Dus heb ik de uitnodiging van harte aangenomen. Maar nu ik een beetje zit te broeden op het onderwerp – en ik mijn (lees: aanbod) kant van het verhaal zo’n beetje rond heb – vraag ik me ineens af wat de andere (lees: ontvanger) kant van het verhaal is. Zitten mijn Twittervolgers, mijn Facebookvrienden en mijn LinkedIn-contacten wel te wachten op wéér een tweet over ‘dat boek met die deprimerende titel’?

Ik zou wel willen weten hoe jij omgaat met zakelijke twitter- of facebookberichten van degenen die je volgt. Welke meerwaarde heeft volgen én gevolgd worden voor jou? Laat het me weten door in het openbaar te reageren op dit bericht óf een privémail te sturen via het contactformulier.

copyright Barbara StokAl eerder schreef ik in deze blog over de eenzijdige berichtgeving over euthanasie in de media. Het is mij een doorn in het oog hoe vaak media berichten over euthanasie en hoe weinig over palliatieve zorg. Met als gevolg dat mensen denken dat uitzichtloos lijden alleen opgelost kan worden door euthanasie, terwijl lijden ook verlicht kan worden door goede palliatieve zorg.

Die eenzijdige berichtgeving zag ik ook weer in het tv-programma Uitburgeren doe je zo! waarin hersenarts Dick Swaab pleit voor een uitbox, met daarin belangrijke zaken die je rond je dood wil regelen. Een prima initiatief, maar wel weer met behoorlijk boute aannames over een zelfgekozen levenseinde.

Zo stopte een geïnterviewde vrouw heel gemakkelijk haar euthanasieverklaring in haar ‘uitbox’, naast haar afscheidsbrief aan haar kinderen en de muziek voor de begrafenis. Waarschijnlijk heeft ze het idee dat ze met zo’n verklaring haar eigen levenseinde in de hand heeft, zoals ze zelf kan bepalen welke jurk ze in haar kist draagt. Dat is natuurlijk niet waar. Ook al verzoek je zelf om euthanasie, de arts bepaalt of hij een eind maakt aan je leven, en pas dan als aan hele strikte voorwaarden wordt voldaan. Anders is het strafbaar.

In één van de grappige cartoons van Barbara Stok denken een jongen en een meisje over kwesties rond de dood. ‘Euthanasie of palliatieve sedatie’ denkt de een, ‘Queen of Beethoven’ denkt de ander. Over muziek mag iedereen uiteraard zelf een keuze maken, maar de keuze tussen euthanasie of palliatieve sedatie bestaat helemaal niet voor de patiënt. Daar gaat de arts over.

Mensen op de markt roepen desgevraagd dingen als ‘Het is je eigen keus, want het is jouw leven’, en ‘Als iemand teveel lijdt, vind ik het wel kunnen,’ op de vraag wat ze van euthanasie vinden. Alleen de uitvaartondernemer die overduidelijk wél weet waar hij het over heeft, zegt dat er uitstekende andere middelen zijn om lijden te voorkomen. Hè, hè.

De casus van de jonge vader die dementeert, is uiteraard heel schrijnend. Maar ik vraag me af of hij voor euthanasie in aanmerking was gekomen, ook als hij wél een verklaring had ingevuld. Euthanasie mag alleen worden uitgevoerd als de patiënt wilsbekwaam is, en dat was deze man niet.

Aan het eind van het programma komt de aap uit de mouw. Swaab geeft zelf een inkijkje in zijn uitbox. Als eerste legt hij ‘de papieren van de NVVE’ erin. Daarmee bekent Swaab kleur. Hij is als lid van de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde niet onpartijdig als het gaat om euthanasie. Dat bewees hij overigens al eerder in zijn boek ‘Wij zijn ons brein’ waarin hij – ook weer eenzijdig – beweert dat ‘in geval van kanker of een andere ernstige ziekte het in Nederland gelukkig mogelijk en geaccepteerd is uitzichtloos lijden te voorkomen door middel van euthanasie.’ Mijns inziens is partijdigheid uit den boze als je in een tv-programma eerlijk over alle (on)mogelijkheden van de dood wil berichten.

Ik ben gelukkig niet de enige die zich druk maakt over de eenzijdigheid van de euthanasieberichtgeving. Vandaag stuitte ik ineens op een artikel dat in juni 2011 in het Historisch Nieuwsblad stond met als titel: ‘Eenzijdig euthanasiedebat’. Hierin zet Hans Schoots de geschiedenis van het euthanasiedebat op een rijtje en komt hij tot de conclusie dat de publieke euthanasiediscussie vanaf het begin iets extreems had, waar weinig behoefte was aan nuance en nauwelijks ruimte werd gegeven aan de niet-dominante opinie.

De uitzending van Swaab bevestigt dat dat tot op de dag van vandaag waar is.

‘Waar ik last van heb gehad, is dat het een ‘u vraagt, wij draaien’ principe is. Ik heb recht op jouw hulp, op het moment dat ik klaar ben. Zo werkt het niet’, zegt een huisarts in EenVandaag in een item over euthanasie. Uit een enquête van het actualiteitenprogramma onder 800 huisartsen  bleek dat maar liefst tweederde van de huisartsen zich weleens onder druk voelt gezet door familieleden om euthanasie uit te voeren.

Ik snap die familieleden wel. Huisartsen weten hoe het werkt, patiënten en familieleden niet.

Zij horen mensen als Ed Kenter (oud-huisarts en belangrijk pionier in de  legalisering van euthanasie in ons land) in EenVandaag zeggen: ‘Bij ondraaglijk lijden kun je maar één ding doen, en dat is ze doodmaken.’
Zij lezen in de alom geprezen  bestseller Wij zijn ons brein van Dick Swaab dat wij in Nederland gelukkig altijd  nog euthanasie hebben, als het lijden ondraaglijk wordt.
Zij zien in weekblad Margriet een euthanasie-enquête waaruit blijkt dat maar liefst 91 procent van de lezers euthanasie overweegt bij ondraaglijk lijden.
En zo zijn er talloze uitingen in de media waaruit je kunt opmaken dat euthanasie de enige oplossing is voor ondraaglijk lijden.

Deze eenzijdige berichtgeving zorgt ervoor dat mensen bang zijn. Ze hebben angst voor ondraaglijk lijden, willen dood om dat niet mee te maken,  en weten niet zeker of hun huisarts hen wel op tijd zou kunnen helpen.

Wat de media vaak vergeten te vertellen is dat door goede pijnbestrijding en goede zorg ondraaglijk lijden vaak kan worden voorkomen. En daarmee de vraag naar euthanasie.

Als mensen weten dat er veel middelen zijn die het lijden kunnen verzachten, hoeven ze minder bang te zijn voor de dood. Dan kunnen ze de huisarts erop vertrouwen dat die alles doet wat in zijn of haar macht ligt  om dat lijden te verlichten.  En dan hoeven ze hun huisarts niet onder druk te zetten met hun vraag om euthanasie.

‘Geef je ook lezingen over je boek?’ Die vraag krijg ik weleens van medewerkers of vrijwilligers van hospices. Mijn antwoord is dan altijd: ‘Ja, heel graag!’ Want ook al weten de meeste medewerkers en vrijwilligers van hospices wel hoe het eraan toe gaat in een huis waar de meeste mensen dood gaan, toch blijkt dat in mijn boek zaken staan beschreven die zelfs zij nog niet wisten.

Zoals de geschiedenis van de palliatieve zorg in Nederland, waarom euthanasie vrijwel niet wordt toegepast in palliatieve instellingen, hoe palliatieve sedatie nu precies werkt en waarom nazorg zo belangrijk is.

Daar wil ik in een lezing graag over vertellen.

Ik hoop natuurlijk dat de hospicemedewerkers mijn boek aanraden aan  potentiële gasten of/en hun naasten, die eens een kijkje komen nemen in het hospice om te zien of het iets voor hen is als ze in hun laatste levensfase terechtkomen. Voor de meeste ongeneeslijk zieken is het een enorme stap de drempel van zo’n huis over te stappen. Bovendien zijn ze bang wat er allemaal met hen gaat gebeuren.

Wellicht kan meer kennis over de palliatieve zorg de angst een beetje wegnemen. Als één terminaal zieke door mijn boek iets meer gerust is gesteld voor die laatste fase, is mijn missie al geslaagd.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 526 other followers